ArtWay

Kunst reproduceert niet wat we waarnemen. Kunst laat ons zien. Paul Klee

Boeken

Liesbeth Labeur: Een lamp voor mijn voet

Een lamp voor mijn voet – een beeldroman van Liesbeth Labeur

door Ineke de Jong – den Hartog

De Statenvertaling wordt doorgaans gedrukt in zwarte letters, in twee kolommen, op wit papier. Maar beeldend kunstenaar Liesbeth Labeur brengt deze oude bijbelwoorden in beweging. Lijntjes worden doorgetrokken, letters verdikt en op zijn kop gezet. Hele psalmverzen worden in ‘handlettering’ opnieuw aan het papier toevertrouwd. Even vindingrijk gaat ze om met de hoofdpersonen in het boek. Neeltje – een dromerig en creatief meisje – wordt in veel tekeningen vergezeld door poema’s. In de ene tekening zijn het haar schoenen, in een volgende tekening is het een trouwe viervoeter die naast haar loopt en haar draagt. Ragfijne patronen – bijvoorbeeld de nerven in de tafel – wisselen zich af met schilderachtige vlekken. De tekeningen zijn kunstwerkjes: esthetisch, fantasievol, geheimzinnig. Wat is het verhaal erachter? Liesbeth Labeur schreef bij de tekeningen zelf de roman. Het verhaal speelt zich af in een streng gereformeerd Zeeuws milieu.

Het verhaal

De hoofdpersoon is Neeltje. Ze is het jongste kind in een rij van zeven. Het grote gezin is haar moeder te veel. Tussen de ouders van Neeltje ontstaat verwijdering. Haar moeder stort zich op haar grote passie: orgelspelen. Ondertussen krijgt vader Jakob zijn dochter Neeltje in het vizier. Met de woorden: ‘Gij zijt mijn erfdeel,’ permitteert hij het zich om haar seksueel te misbruiken. Eerst lijkt dat Neeltje niet zoveel te doen. Maar terwijl ze allang op kamers is gegaan om te studeren, achtervolgen de beelden en herinneringen haar. Deze beelden worden steeds indringender. Op een dag komt er een telefoontje. De vader van Neeltje is aan een hartstilstand overleden. De grote vraag is of hij een kind van God is. Uiteindelijk gelooft iedereen erin dat hij een goede man was. Hij is in de hemel.

De wijze waarop dit beschreven is, laat de verwarring en de geloofsvragen zien van een slachtoffer, die het geheim van misbruik met zich meedraagt. In een van haar vele mijmeringen en dromen wordt ze getrokken naar het licht. In een lange tocht door een uitgestrekt landschap komt ze bij de hemel terecht. Daar ziet ze haar vader. Hij wenkt haar: ‘Neeltje, ik moet je spreken, daarom heb ik je geroepen.’

Ze moet zo dichtbij hem komen dat hij in haar oor kan fluisteren: ‘Zoals je ziet heb ik een plaats gekregen aan Gods rechterhand. (…) Nu, zou het me geweldig lijken als ik hier in de hemel kan blijven. En daarom wil ik je iets vragen. (…) Neeltje, het valt toch wel mee wat er allemaal is gebeurd? Ik weet dat God hoog en verheven is en alle dingen weet, maar zou je, als je straks terug bent op aarde, willen zwijgen over mijn daden? De Hemelse Vader heeft mij nu vrijspraak verleend. Wat zijn mijn zonden op aarde dan nog? Als je erover praat, loop ik de kans alsnog weggestuurd te worden naar de hel. Zullen we het vergeten?’

Neeltje kan geen ‘nee’ zeggen. Prompt begint haar vader uit volle borst Psalm 68 te zingen. En voor Neeltje begint de terugweg. Ze vlucht. In de hemel is geen plaats voor haar. Als enige tijd later haar lieve en vrome zus Sien ook aan een hartstilstand overlijdt, eindigt het boek. Tijdens de rouwceremonies is Neeltje zich er scherp van bewust dat ze is vervreemd van haar familie, die trouw is gebleven aan ‘God en gebod’. Het boek eindigt zonder dat Neeltje het licht vindt. Niet in God, maar ook niet zonder God. Ook het verleden blijft even treiterend aanwezig als voorheen.

 

Statenvertaling en Psalmberijming van 1773

Iedereen die het boek in handen krijgt, ziet dat het bol staat van citaten uit de Statenvertaling en de Psalmberijming van 1773. Deze hebben in veel reformatorische kerken een bijna heilig karakter. De meeste titels in de (handgeschreven!) inhoudsopgave zijn ontleend aan de psalmen. Zoals de titel van het boek: ‘Een lamp voor mijn voet’ (psalm 119). De woorden ‘In zonden ontvangen en geboren’ (hoofdstuk 1) en ‘somtijds uit zwakheid’ (hoofdstuk 3) komen uit de formulieren van de doop en het avondmaal. Andere citaten zijn ontleend aan uitdrukkingen die een terugkerend refrein vormen in kerkdiensten. Bijvoorbeeld bij hoofdstuk 7: ‘Zijn er nog binnenkamers?’ Daarmee vraagt een dominee zijn luisteraars of ze nog een persoonlijk gebedsleven kennen. Of de titel van hoofdstuk 10: ‘Een roepstem aan ons aller hart.’ Dit wordt vaak gezegd als er een sterfgeval is. Elk sterfgeval is een ‘roepstem’ van God om onszelf voor te bereiden op de eeuwigheid. Tegen de achtergrond van het seksueel misbruik van Neeltje krijgen deze woorden een andere, wrange lading. Ze worden als het ware uit de Bijbel geknipt en gekopieerd naar het leven van Neeltje.

Omdat deze woorden zo vaak worden gebruikt, raken kerkgangers hiermee vertrouwd. Deze taal hoort bij een geloofsleven dat een bijna mystiek karakter heeft. In de roman wordt deze taal aangeduid als de ‘Tale Kanaäns’. Voor kenners is het een bron van herkenning. Het is een taal waarin je iets van de mystieke geloofsbeleving onder woorden kunt brengen. (Met het begrip ‘Tale Kanaäns’ wordt trouwens lang niet altijd het woordgebruik zelf bedoeld – zoals het in dit boek functioneert, maar de betekenis die achter deze woorden schuilgaat.)

De ouderwetse woorden komen bevreemdend over op lezers die niet vertrouwd zijn met deze taalcultuur. In Een lamp zonder voet wordt er geen enkele moeite gedaan om deze kloof tussen ingewijden en niet-ingewijden te overbruggen. Het bevreemdende karakter ervan wordt eerder dikker aangezet. Het is zelfs voor ingewijden verbazingwekkend. Een dominee die doemwoorden spreekt als er een kind geboren is? Mensen die zich verschuilen achter vrome woordenflarden? De illustraties versterken dat gevoel. De personen komen steeds zonder gezicht in beeld. Het is alsof het je onmogelijk gemaakt wordt om een band met de personen op te bouwen. En alsof je tijdens het lezen met niemand echt contact hebt; alleen met Neeltje en haar gedachtewereld.

 

Mijn eigen indruk

Op het eerste gezicht vond ik het verhaal clichématig overkomen. Het is nogal makkelijk om te suggereren dat grote gezinnen al snel een broeinest vormen voor incest. Moeder die het niet aankan. Vader die zijn dochter als zijn bezit ziet. Het deed een beetje denken aan de collages die ik onlangs zag in Museum Verbeke Foundation (België). Je knipt een vrouw uit een pornoblad. Je knipt ergens anders een rooms katholieke geestelijke uit. Je laat zijn hand naar de vagina van de vrouw grijpen en je hebt je statement gemaakt.

Maar hiermee doe je Een lamp voor mijn voet geen recht. Dit boek is meer realiteit dan ik wil. De cijfers over het bestaan van seksueel misbruik – binnen en buiten de kerk – liegen er niet om. Er zijn daadwerkelijk gezinnen waarin kinderen misbruikt worden onder een dekmantel van vrome woorden. Terwijl ik getroost en blij een kerkdienst verlaat, kan het meisje dat naast me zit in de war zijn, omdat haar vader de ‘Tale Kanaäns’ verdraait en naar zijn eigen hand zet. Dat is wrang. Het roept de vraag op hoeveel vaders de hemel ingepraat worden. En hoeveel Neeltjes er rondlopen, die langzamerhand losweken van de kerk.

Ik blijf de tekeningen steeds weer bekijken. Er zit iets in wat blijft boeien. De poema heeft iets knus en iets dreigends. De vader van Neeltje is grotendeels afwezig. En Neeltje leer je kennen zonder dat je ooit haar gezicht kreeg te zien. Tegelijkertijd blijft ze daardoor ‘naamloos’. Die leegte is als een poema die met je meereist.

*******

Ineke de Jong – den Hartog is freelance kunsthistoricus en lid van een reformatorische gemeente.

Liesbeth Labeur (Middelburg, 1975) is kunstenaar en leeft en werkt in Zeeland. Ze studeerde aan de Sint Joost Academie in Breda. In haar artistieke praktijk spelen ‘Babylonische beeldverwarring’ en ‘piëtistisch vormgebruik’ een rol. Zo maakte zij in 2008 een installatie over De brede en de smalle weg en gaf ze in 2009 de eenmalige glossy Calvijn! uit. In 2011 verscheen van haar hand een graphic novel met de titel Op weg en reis. Deze werd opnieuw herdrukt en kwam gelijk met de beeldroman Een lamp voor mijn voet weer in de boekhandel te liggen. In 2015 maakte zij de installatie Nachthutje in de komkommerhof in de Vleeshal in Middelburg. Deze zomer werkte ze 3 maanden in de Kunsthal in Rotterdam in de ateliertentoonstelling All You Can Art.

Gegevens over het boek: Liesbeth Labeur, Een lamp voor mijn voet, Uitgeverij Cossee in Amsterdam en Uitgeverij Mozaïek in Utrecht, Verschijningsdatum: 2017. Pagina’s: 200, ISBN: 978-90-239-9697-2 (paperback), Prijs: € 19,99.