ArtWay

De manier om monotonie in religieuze kunst te vermijden is onderdompeling in de Schrift. Jonathan Evens

BOEKBESPREKING

BOEKBESPREKING

Hoe andere culturen de Bijbel zien

Christian Weber, Wie andere Kulturen die Bibel sehen. Ein Praxisbuch mit 70 Kunstwerken aus 33 Ländern. TVZ Verlag, Zürich 2020. 259 blz., ISBN 9783290182748, € 29,90.

door Heinrich Balz

Dit boek in groot formaat van Christian Weber, theoloog en studieleider bij Mission 21 in Bazel, heeft drie omslagafbeeldingen: een Afrikaans, een Chinees en een Indonesisch schilderij. Het boek bezorgt de lezer een paar verrassingen en misschien ook wel enige verwarring, totdat men de kunstige en ietwat complexe opbouw van het boek als geheel begrijpt. Voor begrip is echter wel nodig dat men het boek van het begin tot einde leest en niet alleen losse hoofdstukken opslaat – hoewel het daar als ‘praktijkboek’ zeker ook toe uitnodigt.

Weber biedt veel tegelijk. Hij laat zien hoe andere culturen de Bijbel lezen met behulp van maar liefst ‘zeventig kunstwerken uit 33 landen’, die de lezer uitnodigen tot een persoonlijke ontdekkingsreis. Allereerst is het boek echter bedoeld als praktijkboek voor intensieve studie in groepsverband. Het biedt daartoe een rijkdom aan werkvormen aan en een bijgevoegde DVD met teksten en afbeeldingen die men kan afdrukken. Daar dit groepswerk het belangrijkste doel is van het boek, kunnen lezers die niet met groepen werken zich afvragen: moet ik nu doorlezen of zal ik dit maar overlaten aan mensen die actief zijn in het groeps- en gemeentewerk?

Maar ze hoeven zich geen zorgen te maken. Weber is een zorgvuldige theoloog en levert als zodanig bij iedere stap in het boek een heldere uitleg en onderbouwing. Ordening vindt plaats op twee niveaus. Het boek heeft drie hoofdafdelingen: (A) ‘De Bijbel in onze context’, (B) ‘De Bijbel in haar historische context’, en dan waar het vooral om gaat: (C) ‘De Bijbel in contexten wereldwijd’. Elk van deze hoofdafdelingen is weer onderverdeeld in twee ‘ingangen’, die tezamen de onderliggende gedachtegang van het boek duidelijk doen uitkomen.

Deel A geeft als eerste ingang: ‘Levensomstandigheden – hoe onze context beïnvloedt wat wij zien’ en als tweede: ‘Onze eigen mindset of benadering van het leven – wat teksten ons zeggen in onze culturele bepaaldheid.’

Deel B analyseert de historische contexten van de Bijbel via ingang 3: ‘Wat begrippen en symbolen betekenen in de tijd van de Bijbel’ en ingang 4: ‘Achtergronden – welke accenten leggen de bijbelboeken.’

Deel C gaat dan bij ingang 5 over de vraag ‘Hoe teksten in vreemde culturen worden geïnterpreteerd,’ waarbij Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse interpretaties van een aantal bijbelpassages aan de orde komen. Ingang 6 gaat over ‘Hoe kunstenaars wereldwijd een tekst opvatten.’ Deze laatste ingang is met 120 pagina’s veel omvangrijker dan alle voorgaande en vult de tweede helft van het boek. De bijbelpassages worden steeds weergegeven en geïnterpreteerd door zeven kunstwerken.

70 kunstwerken uit 33 landen

Deze tweede helft van het boek is de belangrijkste en in zekere zin ook de meest aansprekende. De in kunst geïnteresseerde lezer zou misschien beter hier kunnen beginnen dan bij het groepswerk. Hetgeen niet wil zeggen dat dit niet ook interessant is: een bewustgemaakte verhouding tussen de eigen cultuur en de context van de bijbelboeken kan het begrip voor de tekst alleen maar ten goede komen. Ook zal de uiteenzetting over de specifieke ‘accenten’ in bijbelboeken de lezer misschien meer prikkelen dan de uitleg over culturen en begrippen in het algemeen, want hier wordt de persoonlijke omgang van de auteur met zijn Bijbel zichtbaar.

Het is goed dat we de betekenis van beelden serieus nemen en soms zelfs met elkaar daarover twisten, want ‘een beeld zegt meer dan 1000 woorden’ (blz. 33).  Dit moet echter niet leiden, zeker in de protestantse kerk van het Woord, tot een onzorgvuldige omgang met woorden.

Ingang 6 maakt de omgang van de beeldende kunstenaars, voornamelijk schilders maar ook een paar reliëfsnijders, met bijbelteksten aanschouwelijk. De gehele tweede helft van het boek gaat hierover – op kundige en boeiende wijze. Hier moet de lezer zelf aan de slag. De tien maal zeven kunstwerken zijn allemaal afgebeeld en men zou ze graag wat groter hebben gehad. Vele komen uit de grote kalender die Missio Aachen jaarlijks uitgeeft. Deze bespreking kan ze niet allemaal behandelen, maar slechts een stimulerende indruk geven van hun rijkdom:

De roeping van Mozes is het enige onderwerp uit het Oude Testament in het boek. Het heeft vooral kunstenaars uit India aangesproken: de doornstruik met ziende ogen (J. Sahi), het goddelijk geheimenis dat geheel en al uiteenvalt in vuur en kleuren (P. Koli).

De verzoeking in de woestijn (Matt. 4:1-11) inspireerde de houtsnijder M.L. Nyonka uit Kameroen tot een standbeeldachtig houten reliëf en de Indonesiër Hendarto tot Jezus en Satan als wajangpoppen.

De genezing van een verlamde (Marcus 2), welk bijbelverhaal de christenen in Dura Europos in Syrië al in de vroegchristelijke tijd aansprak, gaf Afrikanen uit Ivoorkust (T. Soro) en de Democratische Republiek Congo (K. Laban) een aanzet om de genezende liefde van Jezus uit te beelden. Ook in Papoea Nieuw-Guinea, Japan en Peru gingen kunstenaars ermee aan de slag.

–  De wonderbare spijziging is sinds de oudheid al vaak uitgebeeld, ook door moslims (T. Agona, Benin) en met een ingewikkelde ornamentiek in Thailand (S. Chinnawong).

De Verheerlijking op de berg wordt verschillend uitgelegd: in Nigeria als vervulling van de Afrikaanse traditionele religie (L. Fakeye), in Haïti als Jezus’ nabijheid voor eenvoudige mensen (J.R. Chéry) en als stralend licht in Mexico (P. Medina).

Jezus en Zacheüs wordt in Tanzania weergegeven als een bijna een humoristische ontmoeting (M.T. Kamundi), terwijl het bijbelverhaal in Indonesië wordt uitgelegd als herstel van harmonie (W. Sasongko). In Bolivia maakt een kunstenaar er een stripverhaal van.

De Samaritaanse vrouw zet meer vrouwelijke kunstenaars aan het werk, ook Europese vrouwen met langdurige ervaring in Afrika (B. de la Roncière, K. Kraus). In China is dit onderwerp door de knipkunstenares Fan Pu origineel verbeeld: de Samaritaanse staat hier als een grote, zelfbewuste figuur, maar laat zich door de iets kleinere Jezus die aan de rand van de put zit in een diep gesprek verwikkelen.

De voetwassing biedt in de Kongo inspiratie voor een complexe tekening (A. Kamba Luësa), op Bali in een werk over de armen die het smerigste werk moeten doen om te kunnen overleven (K. Lasia), in Peru in een werk over de zorg van Jezus voor ieder individu (M. Cerezo Barredo).

Jezus in Getsemane begint met een houtsnede van E. Barlach van Jezus in vertwijfeling, vervolgt met Jezus in gebed (K. Laban) uit de Democratische Republiek Congo en ‘De vorst die ten einde raad is’ uit Indonesië (N. Darsane).

– Het thema Emmaüsgangers begint met een schilderij van Rembrandt. Beelden uit Ethiopië (A. Bizuneh) en India (A. de Fonseca) laten de verrassing van de discipelen zien. F. N. Souza uit India laat de opgestane Jezus met twee sceptici aan tafel zitten.

Tot zover deze blik op de overvloed van wat Weber heeft uitgekozen en aangeboden. Een voortgezette bespreking van de afzonderlijke werken en kunstenaars – allemaal nauwkeurig gedocumenteerd – zou zeker discussiestof opleveren, daar de kunstenaars niet alleen illustreren wat er staat, maar ook hun eigen interpretatie geven. Webers keuze van werken en kunstenaars en zijn persoonlijke omgang daarmee roert veel dingen aan waarover de kijker zelf verder moet nadenken. Christelijke kunst is niet vanzelf goed en het doorgeven waard wanneer ze exotisch is. Ook hier zal de kijker zichzelf moeten afvragen wat waar is en wat niet, wat goed is en wat mogelijkerwijs niet authentiek is of zelfs kitsch. Hij moet zich terughoudend opstellen in zijn oordeel, maar daar ook weer niet geheel van afzien.

De beweging die zich toelegt op het interpreteren en verspreiden van kunst heeft zich in de afgelopen twintig jaar op het universele gericht en daarmee op het verzamelen van christelijke kunst uit de gehele wereld. Weber stelt zich de vraagt hoe ‘andere culturen’ de Bijbel zien en lezen en als antwoord levert hij een veelheid aan beeldmateriaal – zo veel dat men zich kan afvragen of er misschien niet te veel verzameld is, want juist daardoor dreigt er nivelleringsgevaar voor de andersheid van het andere. De verschillende culturen en kunsttradities moeten zichzelf ook durven isoleren en – om te kunnen overleven – tegenover de recente opgang van het universele ook het ‘etnocentrisme’ stellen, zo luidde reeds in 1952 de boodschap van Claude Lévi-Strauss aan een al te universalistisch UNESCO.

***

Heinrich Balz, die Romaanse filologie en theologie studeerde, doceerde 16 jaar aan Afrikaanse theologische hogescholen en was professor in de religiewetenschap en missiologie aan de Humboldt Universiteit in Berlijn tot zijn recente pensionering.

Christian Weber, theoloog en predikant, werkt sinds mei 2011 als studiesecretaris van het educatieteam van Mission 21 (Bazel, Zwitserland, www.mission-21.org). Voordien woonde hij zes jaar met zijn gezin in de Democratische Republiek Congo, waar hij leiding gaf aan het theologisch seminarie van de Lutherse kerk nabij Lubumbashi. In een team met lokale collega’s verzorgde hij de opleiding van predikanten voor diverse Afrikaanse landen en aalmoezeniers voor het Congolese leger. Voordat hij naar het buitenland ging, werkte Christian Weber bij Mission EineWelt in Neuendettelsau in Beieren en was hij persoonlijk raadsman van de bisschop in Neurenberg en, eveneens in Neurenberg, predikant met speciale opdracht voor gezinswerk.

Voor Webers bespreking van Zéphyrin Lendogno: De opgestane Heer ontmoet Maria Magdalena, zie https://www.artway.eu/content.php?id=2925&action=show&lang=nl

Weber, Christian (2020): Wie andere Kulturen die Bibel sehen. Ein Praxisbuch mit 70 Kunstwerken aus 33 Ländern, Zürich [How Other Cultures See the Bible. A Handbook with 70 Artworks from 33 Countries], www.tvz-verlag.ch/buch/wie-andere-kulturen-die-bibel-sehen-9783290182748/?page_id=1