ArtWay

Schoonheid wordt niet over lijden heen geschilderd maar komt eruit voort – als een loot uit geschroeide aarde. Bruce Herman

Kunstenaars

Herfst, Roel

Roel Herfst

Levensloop

Ik ben in 1940 geboren in Rotterdam, waar ik van 1956 tot 1962 de Kweekschool bezocht. Daar werd ik enthousiast gemaakt voor beeldende kunst en in 1963 volgde ik dan ook de opleiding voor de lagere akte tekenen aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Van 1965 tot 1970 studeerde ik aan de Academie voor beeldende vorming in Tilburg voor de aktes MO-A en MO-B tekenen en na het succesvol afronden van de studie werd ik in 1971 aan dezelfde academie benoemd tot docent. Ik doceerde er kunstbeschouwing, grafiek, tekenen en schilderen. Ook begeleidde ik eindexamenstudenten in een team met internationaal bekende kunstenaars als Jan Dibbets, Marlene Dumas, René Daniëls, Jan van den Dobbelsteen en Piet Dieleman. Tussen 1970 en 1980 werkte ik ’s zomers vaak in het grafisch centrum Frans Masereel in Kasterlee (B), waar ik mij verder bekwaamde in het lithograferen.

In 1993 nam ik deel aan een uitwisselingsprogramma tussen docenten uit de Verenigde Staten en die van onze academie. Ik gaf toen een poosje les aan de Ohio State University. Naast mijn werk aan de academie was ik ook vele jaren examinator bij de staatsexamens MO-A en MO-B tekenen. Sinds mijn pensionering in 2002 ben ik voornamelijk bezig in mijn eigen atelier. Soms zit ik nog in een selectiecommissie of geef ik een lezing.

Iets over mijn werk

Als ik nadenk over de vorm en inhoud van mijn werk, dan valt het mij op dat er voor dit begrippenpaar een flink aantal varianten zijn, zoalsformeel en materiëel, vorm en materie, geest en materie. Vooral die laatste variant is voor mij belangrijk. Ik zoek altijd naar de sterkste vorm, want zonder een sterke vorm is een kunstwerk dus eigenlijk ‘geestloos’. In de grote potloodtekeningen (122 x 162 cm) werkte ik met potlood, variërend van het zachte 4B tot het harde 4H, maandenlang fanatiek door om een zo krachtig mogelijke vorm te krijgen. Diezelfde instelling zie je terug bij de tekeningen met rothringpen op grote vellen Nepalees geschept papier en op de serie werken met de tekst van het boek Openbaring van Johannes. Van iedere letter wordt eerst de omtrek getekend en daarna ingevuld (maar soms ook niet) met inkt of aquarelverf. Daarna gebeurt hetzelfde met de achtergrond. Velen zeggen: een monnikenwerk. Maar wanneer ik  eenmaal aan zo’n werk begonnen ben, is er voor mij geen weg terug.

Inhoudelijk mag voor mij het werk heel verschillend zijn. Tekende ik voor 1980 veel woestijnen, daarna werden het Griekse zeeën, Griekse kerken en varianten op ikonen en hommages aan de Spaanse schilder Zurbaran.  Ik zorg ervoor een spanning tussen dingen te laten zien en dingen te verbergen. Bij een ‘doek van Veronica’ is het lijdende gezicht van Christus vervangen door een geometrische vorm, waarin wel het oorspronkelijke gezicht  vermoed wordt. Schilderijen naar aanleiding van een tekst, bijvoorbeeld van een lied, beginnen met het woordje “En”, alsof de kijker midden in een verhaal terecht komt, waarbij hij zelf een deel moet invullen. Bij de recente letterbeelden treffen we onder de tekst aan de oppervlakte een andere tekst aan, die de tekening kleur geeft en de kijker uitnodigt om intensiever te gaan kijken.

Iets over doelstellingen en motivatie

Er zijn allerlei bronnen die mij inspireren. Veel van mijn inspiratie vind ik in de geschiedenis van de schilderkunst en de kunst van tijdgenoten. In de vrijwel onbeperkte hoeveelheid beeldende mogelijkheden probeer ik een weg te vinden die voor mij waardevol is, maar ook wil ik uitzoeken wat voor mij niet van toepassing is. Bij de uitnodiging voor een expositie schreef ik eens: ‘De klassieke verbinding van het goede, het ware en het schone biedt me nog steeds een goed uitgangspunt en toetsingscriterium voor mijn werk.’ Het samenvallen van deze drie moet aan mijn werk diepte en volheid geven. En dat mag niet leiden tot het opstellen van een star programma, zoals het consequent hanteren van één bepaalde stijl. De uitdaging moet zijn dat je nog steeds door je eigen werk verrast wordt en nieuwsgierig bent naar wat er gaat komen. Ik ervaar dat het gebruik van teksten, en met name bijbelteksten, na een aantal jaren blijft inspireren. Ik zorg er echter wel voor dat de beeldende, dus visuele ervaring voorop staat. Je hoeft dus niet ogenblikkelijk de tekst te gaan lezen. Je kunt het vergelijken met vocale muziek, die ontroert ook al versta je niet de exacte betekenis van de tekst. Toch zouden de woorden niet vervangen kunnen worden door een tekst met een andere inhoud. Ik wil met de meest recente bladen een mystieke beeldende ervaring teweegbrengen.

Mijn omgaan met de Bijbel inspireert dus mijn beeldend werk, maar het omgekeerde geldt ook: door het op bijna meditatieve tekenen van de woorden wordt de beleving van de bijbelse teksten veel intenser.

1. Johannes’ brief aan Tyatira, 50 x 65 cm, pentekening met rothringpen en aquarelverf. De letters staan zo dicht op elkaar dat daardoor het lezen van de tekst  in eerste instantie belemmerd wordt ten bate van de beeldende ervaring. Alleen het grote SCHRIJF dwingt daarna toch tot lezen. De geaquarelleerde tekst onder de andere woorden begint met: Wie overwint en wie mijn werken bewaart tot het einde.


2. Uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard, 50 x 65 cm, pentekening met rothringpen en aquarelverf. De gele ondertekst luidt: ‘Zijn aanschijn schitterde als de zon in haar kracht.’ De twee rode scherpe vormen verwijzen naar het zwaard, maar ik vermijd de letterlijke vorm ervan te gebruiken. 


3. Hooglied, liefdesverlangen van de bruid, 72 x 150 cm  (inclusief lijst), pentekening op Nepalees papier op zwarte ondergrond. Het betreft hier een droombeeld, waarin tegelijkertijd een heftig verlangen en een bedreiging door de ‘wachters’ gevoeld wordt. Het spaarzaam gebruik van blauw kleurpotlood benadrukt de nachtelijke sfeer en het fragment van het lichaam van het meisje is met wat rood ingekleurd.   


4. Indien iemand achter mij wil komen, 70 x 90 cm, olieverf op linnen. Deze tekst is de openingstekst van het Paasoratorium van de componist Dirk Zwart. De donkere achtergrond is met half transparante verf bedekt, waardoor de letters zichtbaar worden. Door de verschillen in grootte en vorm wordt bereikt dat de prachtige tekst toch als beeld ervaren wordt. Het hart van het kruis is rood geschilderd.


5. Sanctus, 72 x 150 cm, (inclusief lijst). Gedeelte uit de Latijnse mis, ontleend aan Jesaja 6 vers 3. Het woord Sanctus is ook te bewonderen in de Sagrada Familia van Gaudí. Ik ben ook geïnspireerd door zijn fascinerende tegelpatronen. Bij mij moeten ze iets laten zien van het prachtige ‘Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid’.   

Op dit moment (2013) werk ik aan een eigen website.

Publicaties

Ik noem er enkele:

1.      Rita Hulsman: Kunst in Beeld, uitgave Continental Sound.
2.      Over kwaliteit in de kunst: ‘Roel Herfst: De zin van het zijn’.
3.      Sybe Bakker: ‘Roel Herfst, Schilderijen en tekeningen bij Galerie 3’.
4.      Marc de Klijn: ‘Precieze formulering van de moderne mens in het beeldend werk van Roel
         Herfst’. In Bij de Tijd, Gereformeerd magazine voor opinievorming.
5.      Op de site van ArtWay: Hilbrand Rozema: ‘Een rib uit het vlees van de wereld’.