ArtWay

Alle onderwijs is ogen openen en leren zien. Hans Rookmaaker

Kunstenaars

Rembrandt - BM - Marleen Hengelaar-Rookmaaker 2

Rembrandt: De opgestane Christus verschijnt aan Maria Magdalena 

 

De hovenier en zijn hof 

door Marleen Hengelaar-Rookmaaker 

Rembrandt situeert Maria Magdalena en Jezus dichtbij de opening van het graf, in nauwe aansluiting bij Johannes’ verslag van de gebeurtenissen op deze morgen der morgens. Maria Magdalena is alleen bij het graf achtergebleven, nadat Petrus en Johannes weer naar Jeruzalem zijn teruggegaan. Zij meent dat het lichaam van Jezus ergens anders moet zijn neergelegd, maar waar? Ze buigt zich huilend naar het graf en ziet twee engelen zitten. ‘Waarom huil je?’ vragen ze haar. ‘Ik weet niet waar ze mijn Heer naartoe gebracht hebben.’ Dan kijkt ze om en ziet een man staan, die ze voor de tuinman houdt. 

Dit is het moment dat op het schilderij is afgebeeld. Maria Magdalena kijkt op met een naar binnen gekeerde blik. ‘Kyrie,’ ‘meneer,’ zegt ze in het Grieks, ‘als u hem ergens anders hebt neergelegd, vertel me dan waar.’ Dan noemt Jezus haar bij haar naam: ‘Maria!’ We zien de herkenning op haar gezicht doorbreken, vermengd met ‘maar dit kan toch niet waar zijn!’ ‘Rabboeni!,’ roept ze uit, ‘Meester!’ in haar eigen vertrouwde Aramese taal. Ze noemt hem ‘meester/leraar,’ want ze is inderdaad een van zijn leerlingen, een van de vrouwen die met Jezus optrokken en hem en de discipelen met hun geld en zorg ondersteunden. Jezus vraagt haar vervolgens hem niet aan te raken en geeft haar opdracht om de discipelen te gaan vertellen dat hij zal opstijgen naar de Vader. Hierom gaven de kerkvaders Maria Magdalena de eretitel ‘apostel der apostelen.’ Ze was de eerste die het goede nieuws van de opstanding verkondigde. Ze was bovendien de eerste die de opgestane Heer heeft aanschouwd. Een vrouw!      

In de kunstgeschiedenis wordt het hier uitgebeelde thema ook vaak ‘Noli me tangere’ genoemd, ‘raak me niet aan.’ Op werken met dit thema zien we Jezus, uitgebeeld als verheerlijkte opgestane Heer, dan ook gewoonlijk terugdeinzen, terwijl Maria Magdalena haar handen naar hem uitstrekt. Hier kijkt hij haar eerder rustig en aandachtig aan, bang om haar al te veel aan het schrikken te maken. Er valt een prachtig licht op haar gelaat. Dit licht komt niet vanuit Jezus, want ook Jezus wordt van links aangelicht. Het is het licht van de opkomende zon, het krachtige licht van de nieuwe morgen. 

Jezus staat precies in het midden van Rembrandts compositie. Hij is afgebeeld niet als verheerlijkte Heer, maar als een potige aardse tuinman met zwierige tuinmanshoed en schep in de hand. Achter Jezus en Maria Magdalena staat een boom. Verder zien we beneden in beeld een tuin of hof met een strak gesnoeide heg. In de verte zien we Jeruzalem in al zijn glorie. Veel van deze elementen zijn echter niet nieuw of uniek voor Rembrandt, maar zijn vanaf het begin van de 15e eeuw in werken met dit thema terug te vinden. Doen ze ons ergens aan denken? Is er een diepere betekenislaag? 

 

Om dit te achterhalen moeten we allereerst terug naar Johannes 20. Dit hoofdstuk opent als volgt: ‘Vroeg op de eerste dag van de week.’ Dat roept die andere eerste dag in herinnering, die van de schepping. Hier is het de eerste dag van de herschepping. Johannes neemt verder als enige evangelist het tuinmanincident op in zijn verhaal als een tweede subtiele verwijzing naar Genesis. Want hiermee wordt Jezus de verzorger van de hof, de tweede Adam. 

Rembrandt (en de theologen en kunstenaars die hem daarin voorgingen) bouwt deze link met Genesis verder uit. De boom achter Jezus en Maria Magdalena verwijst naar de boom die we in afbeeldingen van de zondeval achter Adam en Eva zien staan en schuift hen zo naar voren als de nieuwe Adam en Eva. De boom wordt de boom des levens, de hof van Arimatea een nieuwe hof van Eden. Zoals de eerste Adam de aarde moest beheren, zo zorgt nu de tweede Adam voor de aardse tuin. 

Uniek voor Rembrandt is de centrale positie van de tuinman op dit schilderij, in actieve pose, de schep in de aanslag. Hij staat er als een kosmische tuinman. Zo legt Rembrandt alle nadruk op de opgestane Christus als hovenier, die zorgt dat zijn hof groeit en bloeit als een plek waar het leven goed is. Mooi zijn de twee mensen die linksonder rustig door de hof kuieren. Hierbij gaat het niet alleen over de aarde hier en nu, maar ook over de nieuwe hemel en aarde. We zien het nieuwe Jeruzalem op de achtergrond baden in het licht van een nieuwe dageraad. Het is de hemelse hof die Christus voor ons aan het klaarmaken is.   

******* 

Rembrandt: De opgestane Christus verschijnt aan Maria Magdalena, 1638, olieverf op doek, 61 x 50 cm. Royal Collection, Buckingham Palace, Londen. 

Rembrandt van Rijn (1606-1669) werd als molenaarszoon in Leiden geboren. Na de Latijnse school schreven zijn ouders hem in 1620 inaan de universiteit. Rembrandt haakte al snel af. Hij werd schildersleerling bij Jacob van Swanenburch in Leiden en daarna bij Pieter Lastman in Amsterdam. Terug in Leiden vestigde hij zich samen met Jan Lievens als zelfstandig schilder. In die tijd schilderde Rembrandt veel bijbeltaferelen in een precieze stijl met bonte kleuren. In 1631 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij veel portretopdrachten kreeg. Het licht-donkercontrast werd steeds sterker in zijn werk, de toets losser, de composities dramatischer. Naast portretten schilderde hij veel historiestukken en maakte hij etsen en tekeningen. Rembrandt trouwde in 1634 met Saskia Uylenburgh. In 1641 werd hun zoon Titus geboren, een jaar later stierf Saskia. Met Hendrickje Stoffels kreeg Rembrandt in 1654 een dochter. Hij had toen al hoge schulden en moest huis en bezit verkopen. Hij stierf in 1669 en werd begraven in de Amsterdamse Westerkerk. (overgenomen van de website van het Rijksmuseum) 

Marleen Hengelaar-Rookmaaker is hoofdredacteur van ArtWay. 

ArtWay beeldmeditatie Pasen 2014  

Om een gedicht van Ida Gerhardt over dit schilderij van Rembrandt te lezen, klik hier.