ArtWay

De hint half geraden, de gift half begrepen, is de incarnatie. T.S. Eliot

Boeken

Hengelaar en Ouweneel: Handboek kunst in de kerk

Besproken

Marleen Hengelaar-Rookmaaker en Anikó Ouweneel-Tóth (redactie): Handboek voor kunst in de kerk, Buijten & Schippeheijn – Amsterdam, 2015.

Kunst in de kerk

door Wessel Stoker

In Nederland organiseert 30% van de protestantse kerken iets met kunst in de kerk. Dat zijn er meer dan 600. Van de katholieke kerken is 20% ermee bezig, zo’n 400. Beide gegevens zijn opvallend. Wat de protestanten betreft, omdat het de enige traditie binnen het christendom is die tot voor kort weinig met het religieuze beeld had in tegenstelling tot de oosters-orthodoxen, katholieken en anglicanen. De Lutherse Kerk heeft op bescheiden wijze het beeld gehandhaafd en kent zelfs altaarstukken zoals dat van Lucas Cranach de Oude in de stadskerk van Wittenberg (1547). Waarom is er thans minder aandacht voor kunst in de kerk bij de katholieken? Velen zijn uitgekeken op het vaak traditionele Maria- of Christusbeeld, ‘weg met de santenkraam’ is het parool. Anderen proberen thans de eigen beeldtraditie te herijken.           

Het onlangs verschenen Handboek voor kunst in de kerk onder redactie van Marleen Hengelaar-Rookmaaker en Anikó Ouweneel-Tóth is belangrijk. Het laat zien wat er op moment aan kunst wordt gedaan in Nederlandse protestantse en katholieke kerken. Het informeert over de huidige kerkelijke praktijk en geeft allerlei adviezen om met kunst in de kerk aan de slag te gaan. Voor iedere kerkelijke gemeente die iets met kunst wil doen in de kerk, is dit boek een must omdat het veel praktische informatie verschaft.

Kunst is hier onderscheiden van muziek en literatuur en betreft de beeldende kunst in de meest ruime zin. Ik vind het zeer waardevol om ook minder bekende vormen van kunst in de kerk kort behandeld te zien. Het gaat niet alleen over architectuur, glasvensters, muurschilderingen, beelden en kerkelijk textiel (kanselkleden, stola’s enz.). Ook is de gedenkhoek, de performancekunst en het werken met installaties van belang voor de gemeente.

De gedenkhoek bouwt voort op de oude traditie van de gedachteniskapel en is de plaats om de doden te gedenken. Hedendaagse voorbeelden ervan zijn de Herinneringskapel Santpoort, 2007 en de Gedenkhoek Oosterkerk Zwolle, 2011.

Installatiekunst ontstond in de jaren ’60 en bestaat meestal uit een aantal voorwerpen die in samenhang met elkaar opgesteld staan in een ruimte. Een voorbeeld is The Beanerey,1965 van Kienholz in het Stedelijk Museum. Deze nieuwe kunstvorm betrekt de kijkers bij het kunstwerk door hen tot deelnemers te maken. Je stapt er in zoals in de Beanery, een café met opgestelde apparaten en beelden van mensen. Je neemt zo deel aan het kunstwerk. Willem Zijlstra beschrijft zijn installatie in het handboek. Kerkgangers stapten een met bloed besmeurde drempel over om zo naar het avondmaal te gaan. Dit in het kader van Zijlstra’s project Agnus dei, 2005. Hij liet een geslacht opgezet lam op een altaar van kranten zien met zijn kop naast een artikel over de holocaust met als titel: ‘de mens is tot alles in staat’. Het bloed veegde hij tijdens een gefilmde performance aan een vrijstaand kozijn met de woorden eronder ‘Exodus’. Dit toonde hij tijdens een kerkdienst als aanloop naar de avondmaalsviering waarbij de kerkgangers werden uitgenodigd om zelf binnen te gaan.  

Het handboek laat zien hoe creatief kerkelijke gemeenten met kunst omgaan. Als voorbeeld (nog één uit talloze) wijs ik op de architectuur van het doopsgezinde kerkje op Mennorode, 2011. Het architectenbureau Faro greep terug op de oervorm van doopsgezinde kerken: de schuurkerk of hallenkerk.

Waarom kunst in de kerk?

Ik stel een paar voorvragen bij dit praktische, nuttige handboek. Waarom moet de kerk iets met kunst doen? En zo ja, welke functie kan zij dan in de liturgie krijgen?

Afgelopen week zag ik in het Oudheidsmuseum van Arles (Provence) één van de oudste vormen van christelijke kunst uit de vierde eeuw. De vroegchristelijke gemeente had de traditie van de Romeinen overgenomen om hun sarcofagen voor de gestorvenen te decoreren. De Romeinen deden dat met godenverhalen, de christenen met bijbelverhalen. Wat opviel was dat niet Christus’ lijdensverhaal centraal stond maar bijvoorbeeld het verhaal van de broodvermenigvuldiging en het wonder van Kana, duidelijk met een verwijzing naar de viering van brood en wijn. Christus werd vooral afgebeeld als de goede herder, als een herder die een schaap op zijn schouders draagt. Ook beeldde men hem af als de nieuwe Mozes die aan Petrus de wet geeft. Tevens zag je Christus ook als de opgestane met het overwinningsteken in de hand. Dat alles vonden de eerste christenen belangrijk om af te beelden op sarcofagen. Het religieuze beeld functioneert hier niet in de zondagse liturgie maar in het begrafenisritueel.     

In latere tijd heeft het religieuze beeld (het woord kunst in onze zin ontstond pas in de Renaissance) verschillende functies gekregen: de icoon bij vooral de oosters-orthodoxen als venster op degene die er op is afgebeeld: Christus, Maria of een heilige. Daarmee wordt de presentie van het goddelijke in het beeld benadrukt. Dat gebeurt ook in de sacramentele opvatting van het beeld bij anglicanen (en bij protestantse theologen als Paul Tillich en Gerardus van der Leeuw). De functie van het beeld kan ook didactisch en ritueel zijn zoals bij katholieken. De functie kan ook algemener zijn en wel ten dienste van meditatie, beeldmeditatie in onderscheid van de beeldloze zen-meditatie.

De kerk heeft met enkele uitzonderingen zoals Suger, de abt van Saint-Denis (Parijs) niet zozeer gepleit voor ‘kunst’ in de kerk, maar wel bij monde van het Tweede Concilie van Nicea (787) voor het beeld in de kerk. Verering (geen aanbidding) van het beeld omdat God in Christus mens is geworden, Christus als beeld van God. Alleen de protestanten zijn hier weinig in meegegaan. Justin Kroesen wijst weliswaar in het handboek op de waarde van protestantse kerkinterieurs. Preekstoel en orgel waren vooral in hervormde kerken soms met bijbelse afbeeldingen versierd. Ook hebben we onze calvinistische Rembrandt. Kunsthistorici discussiëren over de vraag van de invloed van het calvinisme op de Nederlandse zeventiende-eeuwse landschapschilderkunst. Dit neemt niet weg dat in de liturgie tot voor kort het beeld weinig heeft meegedaan. Zo is de vraag klemmend voor de protestant waarom het beeld en waarom kunst in de kerk?

Het religieuze beeld in de protestantse kerk? Ja, daar pleit ik voor, maar dan moet je wel afstappen van de traditionele theologische onderwaardering van het beeld ten opzichte van het woord. Om alle misverstand te voorkomen: het Woord als Schrift (nooit los te gebruiken zonder traditie) gaat voorop, maar daarmee hoef je het (visuele) beeld nog niet onder te waarderen. Een revisie van de verhouding woord en beeld is nodig zowel in de theologie als algemeen in de cultuur die thans een beeldcultuur is. In de huidige beeldtheorie (W.J. T. Mitchell) wordt het beeld in samenhang met het woord als beeldtekst (imagetext) opgevat. Een beeld roept een woord op, zelfs in abstracte kunst zoals van Rothko waarbij soms in het museum het bordje ‘zonder titel’ hangt. In het handboek laat Anne Marijke Spijkerboer zien hoe tijdens de preek er een wisselwerking kan ontstaan tussen een bijbeltekst en een beeld. Ze wijst op het bijbelverhaal van de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria én het (op de beamer) getoonde beeld van Rembrandts De aankondiging van Maria, ca 1635.  

Kunst in de kerk?

Pleit men voor kunst in de kerk, dan dient men na te denken over schoonheid als theologisch begrip. Welke plaats neemt schoonheid in naast goedheid (de moraal) en waarheid in het christelijk geloof? Deze vraag is helaas onvoldoende in handboek aan de orde gesteld. De katholieke kunstleer is daar wat uitbundiger over dan de protestantse kunstleer. Dat heeft te maken met de taxatie van de ernst van de zonde en het oordeel in hoeverre de wereld erdoor is aangetast. Zonder dit verder hier toe te kunnen toelichten, meen ik dat het schone in de kerk en haar viering in onze door kwaad en onrecht aangetaste wereld kan verwijzen naar het komende Rijk Gods van vrede en recht. Kunst is zo van belang voor de kerk, maar dan wel in dienst van liturgie en catechese.

In kunst gaat het om meer dan schoonheid. Zij wil vaak ook zeggen hoe mens en wereld ten diepste zijn. Klaas Holwerda laat zien hoe in kunstvespers de bijbel in dialoog kan gaan met kunst over levensvragen.           

Dit handboek is voor de kerken van groot belang. Maar wil men het gebruik van kunst in de kerk behoeden voor hobbyisme van kunstliefhebbers, dan dient men zich de vraag te stellen welke functie kunst in de kerk heeft en welke functie het religieuze beeld in de eredienst heeft. Wat dat laatste betreft: is dat één van de functies uit de genoemde christelijke tradities (goddelijke presentie, sacramenteel, didactisch, ritueel, meditatief)? Of zijn er ook nog andere functies van het religieuze beeld? 

*******

Prof. Dr. Wessel Stoker is godsdienstfilosoof en emeritus hoogleraar Esthetica aan de Vrije Universiteit Amsterdam.