ArtWay

Wij hebben zichtbare dingen nodig om tot het onzichtbare door te dringen. Thérèse van Lisieux

Kerk en kunst

De feesten en het kerkelijk jaar - C.T. de Groot

Waarom is Kerst zo populair?

door C.T. de Groot
 
Onze kalender wordt bepaald door de kerkelijke feestdagen. Feestdagen die allemaal hun eigen gebruiken en rituelen kennen. Marius van Leeuwen, remonstrants hoogleraar aan de faculteit Godgeleerdheid van de Universiteit Leiden, schreef een boek waarin hij zowel de achtergrond van de christelijke feesten als de herkomst van de daarmee gepaard gaande rituelen uiteen zet. Zijn boek heet ‘Van feest tot feest’. Ik heb het lezen als een waar feest ervaren!
 
Cyclisch èn lineair
Feesten zijn zo’n beetje zo oud als de mens zelf. Vanaf het begin van de mensheid is er het besef dat de natuur en de kosmos processen bevat die zich in een vast patroon herhalen. In de afwisseling van dag en nacht en wisseling van de seizoenen beleefde de mens al spoedig als ‘een door de goden beschikte orde’. Van Leeuwen: ‘Het kennen van de tijdspatronen maakte het mogelijk je te voegen in die orde. En de instrumenten om die verbinding met het goddelijke tot stand te brengen waren rituelen, feesten’.
 
Behalve het gevoel deel uit de maken van een zich eindeloos herhalend patroon, heeft de mens ook historisch besef. De mens weet van dat er een verleden is, dat doorwerkt in het heden en ook dat de toekomst mede bepaald wordt door wat hij in het heden doet. Beide elementen, cyclisch en lineair denken, komen samen in de feestdagen van het christendom: gelovigen vieren immers feesten die telkens terugkeren en die stuk voor stuk het geloof moeten versterken dat er een bepaalde lijn is in de geschiedenis. De geschiedenis gaat in de richting van zoiets als de voltooiing. ‘Vierend en gedenkend haalt men het verleden op om in het licht ervan heden en toekomst te begrijpen.’ Men ontleent aan de grote gebeurtenissen van toen kracht en hoop voor de toekomst.

Sleur
Feesten zijn daarnaast ook heilzaam omdat zij een remedie zijn tegen de alledaagsheid die het leven een mens tot een sleur kunnen maken. Ieder mens wordt wel een besprongen door een gevoel van vergeefsheid: ‘De tijd is de grote gelijkmaker, die je het goede dat je bereikte ook weer uit handen slaat. Waar deed je het dan voor? Waarop had je je vertrouwen gebouwd?’ Feesten accentueren de goede kanten van het leven. Het contrast tussen feest en alledaags leven, tussen de feestelijke en de grauwe dag doet ons ervaren wat het waarachtige nastrevenswaardige is.
 
‘Soms is het alsof het goede altijd weer ingehaald wordt door het kwade. Dan kan een gevoel van vergeefsheid geven of onverschillig maken. Het feest voedt het bewustzijn van verschil. De ‘verschilligheid’, het scherpt je om werkelijk het goede in het oog te houden en je daaraan te willen wijden’ Hoewel Van Leeuwen er met geen woord over rept moest als vanzelf ik denken aan Israels feesten. In het oude Israel kon men, naar ik meen, wel meer dan honderd dagen de alledaagse werkzaamheden neerleggen om ter ere van de HERE feest te vieren.
De HERE, onze God, kènt ons hart!

Rijke inhoud
Na opmerkingen over feesten in het algemeen, beschrijft Van Leeuwen alle christelijke feestdagen.
Achtereenvolgens: de zondag, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren en Kerst. Daarna volgt nog een excurs over ‘heiligendagen’ en in een appendix zijn overzichten van verschillende kerkelijke kalenders, de kleuren van het kerkelijke jaar etc. te vinden. De auteur schetst telkens eerst de bijbelse achtergrond van het feest en vervolgens hoe daar in de kerkelijke traditie tot op de dag van vandaag mee is om is gegaan. De eigen plaats en betekenis van de feesten in de cyclus van het kerkelijk jaar krijgen accent. Bij elk feest wordt ook gekeken hoe de dichters van het Liedboek van de Kerken de feesten theologisch inhoudelijk hebben verstaan en welke ontwikkelingen daarin te bespeuren zijn ‘Van feest tot feest’ is zo rijk van inhoud dat ik het komende jaar, naar aanleiding van dit boek, zowel Pasen als Pinksteren apart aandacht wil geven. Daarom beperk ik me nu en lepel ik alleen over kerst e.e.a. uit het boek op. Wel zij nog opgemerkt dat Van Leeuwen in zijn benadering van Schriftgedeelten zich helaas frequent buiten de piketpaaltjes van onze belijdenis begeeft.

Kerst: het jongste feest
Wij vieren graag onze geboortedag, de eerste christenen dachten daar echter anders over. Je ware geboortedag was de dag waarop je stierf, want dan ga je immers het ware, hemelse, leven binnen. De sterfdagen van de martelaren werden daarom aangeduid als dies natalis. ‘En op verschillende van die kalenders kreeg ook Jezus een plaats –als protomartelaar. Ze vermelden 25 maart als zijn dies natalis, want op die dag viel, zo had men berekend, Goede Vrijdag in het jaar 33’. Vanwege deze manier van denken had men nauwelijks behoefte aan jaarlijkse viering van Jezus’ geboortedag! Pas in de vierde eeuw werd dit anders.
Van grote invloed hierop was de dwaling van de ketter Arius. Hij beweerde: ‘Jezus is Gods voornaamste schepsel. Want als Jezus van eeuwigheid af God zou zijn geweest, geloven we in twee goden’. Op het Concilie van Nicea (325) werd Arius in het ongelijk gesteld. Voortaan beleed de kerk : ‘Christus is geboren (!), niet geschapen’. Niet vreemd dat er in de tijd na dit concilie meer en meer aandacht kwam voor het moment waarop de eeuwige Zoon van God mens werd.

Kerstdatum
Het machtige heilsfeit van Jezus’ geboorte ging men op 25 december vieren. Die datum wordt voor het eerst in het begin van de vierde eeuw vermeld. Waarom 25 december? Twee theorieën hebben sterke papieren. De ene legt verband tussen 25 december en 25 maart. De 25e maart was, volgens de overlevering, de sterfdag van Jezus en zou ook de dag zijn waarop de schepping ooit begonnen was (vergelijk het begin van de lente). ‘Voor de vrome vierde-eeuwer had het niets vreemds om te veronderstellen, dat op zo’n cruciaal moment ook Jezus’ levenseinde en levensbegin samenkwamen: het was de dag van zijn sterven èn de dag van zijn conceptie. Welnu, als de conceptie op 25 maart plaatshad, laat zich Jezus geboorte gemakkelijk uitrekenen: 25 december’.
De andere theorie is bekender en gaat er vanuit dat 25 december te maken heeft met de kerstening van de viering van het wintersolstitium. Het moment dus vanaf waar de zon terugkeert en de dagen gaan lengen. Het feest van de ‘Onoverwinnelijke zon’ werd in het Romeinse Rijk op 25 december gevierd. Onder keizer Constantijn zou het omgevormd zijn tot het geboortefeest van ‘de zon der gerechtigheid’ (Mal.4:2), Jezus Christus.

Kerstboom
Volgens Van Leeuwen is de populariteit van het kerstfeest vanuit de laatste theorie te verklaren. Want om door de donkerste periode van noordelijk halfrond heen te komen had de mens rituelen ontwikkeld die hem moed moesten geven. Men markeerde de zonnewende door het ontsteken van vuren. Dit magisch ritueel moet de terugkeer van de zon bespoedigen. ‘De christenen namen dat over. Voor hen symboliseerden die vuren – of in later eeuwen bescheidener lichtjes, kaarsen – het licht dat met Christus in de wereld kwam’.
 
Het verlangen naar meer licht ging ook gepaard meet verlangen dat de aarde weer tot vruchtbaarheid zal komen. ‘Bij verschillende volken waren takken van ook ’s winters groene bomen, spar of hulst, daarvan symbool. Men tuigde er heiligdommen mee op, om de kale bomen het goede voorbeeld te geven. Bij christenen werd dat groen tot symbool van Gods scheppingskracht en van het nieuwe leven dat met Christus verscheen’.
Naar een oud gebruik hield men midden in de winter ook nog een feestelijke maaltijd. ‘De verwachting was dat het komende jaar zo rijk zo worden aan oogst of ooft als dit midwintermaal. De kerstmaaltijd en het kerstdiner stammen af van die ‘heidense maaltijden’.
 
Volgens Van Leeuwen is de populariteit van kerstfeest dus vooral te danken aan genoemde gebruiken. Want die gebruiken hebben alle een oeroude symbolische lading die appelleert aan algemeen-menselijke angsten verlangens –althans in streken, waar de winters koud en lang zijn. Een tweede verklaring van de populariteit van Kerst is volgens de auteur ‘de simpelheid en de menselijkheid van het centrale verhaal. Weinig dingen spreken vrijwel iedereen zo direct aan als de geboorte van een kind!’

Kerststal
Wie ook nog wil weten wie wanneer voor het eerst de kerststal heeft geïntroduceerd (inclusief os en ezel waarover je niks in de bijbel leest), waarom er altijd drie wijzen worden afgebeeld, waarvan één met een donkere huidskleur (lees je ook niets over in de Bijbel), hoe eigenlijk op de gedachte van advent zijn gekomen en ook nog antwoord zoekt op andere vragen, leze zelf het boek. Wat mij betreft: prachtige lectuur voor de kerstdagen!

n.a.v. Marius van Leeuwen, Van feest tot feest (over de christelijke feesten – hun geschiedenis en betekenis); Uitgeverij Balans; ISBN 9050186343; 239 blz.