ArtWay

Wij hebben zichtbare dingen nodig om tot het onzichtbare door te dringen. Thérèse van Lisieux

Kerk en kunst -> Materiaal voor kerkelijk gebruik

Mozes en zijn Ethiopische vrouw - Jacob Jordaens

 

Jacob Jordaens: Mozes en zijn Ethiopische vrouw 

 

Een les in naastenliefde 

door Marleen Hengelaar-Rookmaaker 

De titel verraadt het. Op dit schilderij staat Mozes afgebeeld met zijn Ethiopische vrouw. Hij is herkenbaar aan de wetstafel in zijn linkerhand. De vrouw is rijk gekleed en heeft een prachtige Afrikaanse zonnehoed op. Met haar rechterhand wijst ze naar haar hart. De vrouw kijkt weg, Mozes kijkt ons aan. Hij maakt een vragend gebaar met zijn rechterhand. Ingetogen en kwetsbaar stellen ze ons een vraag. Wat vind jij van ons? Verwerp jij ons ook? 

De Vlaamse barokschilder Jacob Jordaens (1593-1678) is niet de enige die dit onderwerp heeft geschilderd, maar hoe hij het weergeeft, is volstrekt uniek. Hij is er niet zozeer op uit om het verhaal uit Numeri 12 over Mozes en zijn vrouw te vertellen, maar hij wil ons eerder aan het denken zetten, een les meegeven, wat de insteek was van zoveel 16e- en 17e-eeuwse kunst uit de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden. 

Werden zwarten wel vaker afgebeeld in de westerse kunst? En hoe dacht men over Afrikanen in die tijd? Pas in de 15e eeuw gaat men zwarten weergeven bij thema’s als de aanbidding van de drie koningen en de doop van de kamerling uit Morenland. Beide onderwerpen benadrukken dat het heil er ook is voor de ‘volkeren’. In de middeleeuwse kerk werden negers als afstammelingen van Cham doorgaans minder positief benaderd. Hoe zij in de 17e eeuw als tijd van de slavenhandel werden bezien laat zich raden. Jordaens maakte dit radicale antiracistische schilderij niet voor niets. Misschien was hij zich als calvinist in een katholieke omgeving wel extra bewust van de impact van discriminatie. 

U bent waarschijnlijk niet de enige als u niet wist dat Mozes een Ethiopische of Nubische vrouw had. Het is een detail dat je algauw over het hoofd ziet. Nu had Mozes ook een andere vrouw, Sippora genaamd, de dochter van Jetro, die priester in Midjan was (zie Exodus 2:21). Er doen allerlei theorieën de ronde over de twee vrouwen van Mozes. Het meest aannemelijk lijkt mij echter dat Mozes tijdens de regering van Thoetmoses III als Egyptische kroonprins en veldheer een Nubische opstand neerslaat en met een Nubische prinses trouwt. Als hij zo’n 20 jaar later abrupt moet vluchten uit Egypte, zal hij haar daar hebben achtergelaten. In Midjan trouwt hij opnieuw, want hij zal zijn leven in Egypte als een afgesloten hoofdstuk hebben beschouwd. 

Veertig jaar later, bij zijn terugkomst in Egypte, heeft Mozes zich waarschijnlijk weer met zijn eerste vrouw herenigd (onderweg naar Egypte had hij Sippora en zijn zonen naar haar vader Jethro teruggestuurd). Met de exodus zal de Ethiopische met Mozes zijn meegegaan. Als de Israëlieten bij de Horeb zijn aangekomen, komt Jetro Sippora en zijn zonen weer bij Mozes terugbrengen. Blijkbaar heeft Mozes ten tijde van de gebeurtenissen in Numeri 12 dus twee vrouwen. Dit werd in die tijd echter stilzwijgend toegestaan. Huwelijken met vrouwen uit een aantal afgoden dienende volkeren waren verboden, tenzij zij het joodse geloof hadden aangenomen. 

Jordaens maakte dit radicale antiracistische schilderij niet voor niets. 

‘Hij is met een Nubische getrouwd!,’ zegt Mirjam in Numeri 12 smalend en beschuldigend. Meteen erachteraan betwist ze Mozes’ gezag. ‘God spreekt toch niet alleen bij monde van Mozes, maar toch ook via ons?’ We zijn hier blijkbaar in een ordinaire machtstrijd beland. Je ziet de zeer bescheiden Mozes – niemand op de hele wereld was zo bescheiden als hij, zegt de tekst – al bijna zijn positie uit handen geven, maar daar steekt God gauw een stokje voor. Hij ontbiedt Mozes, Aäron en Mirjam ‘onmiddellijk’ naar de ontmoetingstent. Daar maakt hij duidelijk dat Mozes als profeet een klasse apart is. Tot Mozes spreekt hij rechtstreeks, maar tot Mirjam en Aäron alleen via dromen en visioenen. ‘Hoe durven jullie aanmerkingen te maken op Mozes?’ God ontsteekt in woede en slaat Mirjam als straf met melaatsheid. Wit van de huidvraat wordt zij, omdat ze de zwarte weigert te accepteren. 

God springt voor de zwarte vrouw en haar huwelijk met Mozes in de bres. Mooi is dat! God stelt hier de geest van de wet boven de letter van de wet, net als Jezus later ook doet. De wet is er om het kwetsbare te beschermen en om ons te laten zien wat liefde en leven is, echt leven. Precies hetzelfde wil Jezus ons ook geven: echt leven, leven met God, leven in liefde. Heeft de hoed van de vrouw daarom de vorm van een kruisnimbus, die gewoonlijk voorbehouden is aan Christus? Het kan zijn dat Jordaens hier teruggrijpt op een oude traditie, die Mozes ziet als beeld voor Christus en zijn vrouw als beeld voor de kerk, het lichaam van Christus. In ieder geval benadrukt Jordaens hiermee dat we deze zwarte vrouw moeten aanzien in Christus, die ons leert onze naaste lief te hebben als onszelf. 

******* 

Jacob Jordaens, Mozes en zijn Ethiopische vrouw, 1650, olieverf op doek, 106,5 x 80 cm. Rubenshuis, Antwerpen.

Jacob Jordaens (1593-1678) was een Vlaamse barokschilder uit de Antwerpse School. Hij schilderde vooral grote historiestukken, maar ook genrestukken en portretten. Ook ontwierp hij wandtapijten. Hij was net als zijn vriend Peter Paul Rubens leerling van Adam Van Noort. Na eerst onder invloed van Rubens te werken, ontwikkelde hij tussen 1619 en 1627 een eigen stijl. Deze is gekenmerkt door een weldoordachte, beheerste opbouw van de compositie en een prachtig kleurenspel. In vergelijking met Rubens heeft Jordaens meer voorkeur voor volkse uitbundigheid, de figuren zijn grover getekend en gebruikt hij zwaardere kleurtonen. In 1616 huwde hij Van Noorts dochter. Na de dood van Van Dyck en Rubens kreeg hij steeds meer opdrachten uit het buitenland. Omstreeks 1650 werd hij calvinist. Jordaens was een welvarend man en tot op hoge leeftijd productief. Hij stierf op 85-jarige leeftijd aan de zweetziekte of polderkoorts (verzamelnaam voor ziektes als cholera, tuberculosis en malaria). Zijn dochter, die hem verzorgde, stierf enige uren later. Beiden werden net over de grens in het Nederlandse Putte begraven. Meerdere protestanten lieten zich in die tijd daar begraven, omdat dit dorp een kleine protestantse kerk had. Op de plaats van de verdwenen protestantse kerk en de begraafplaats staat een standbeeld van Jordaens uit 1877.

Marleen Hengelaar-Rookmaaker is hoofdredacteur van ArtWay.  

ArtWay beeldmeditatie 23 februari 2014