Alexej von Jawlensky (1864-1941) is een Russisch-Duitse expressionistische kunstenaar. Hij werd geboren in Torsjik in Rusland. Jawlensky diende als officier in het leger van 1882 tot 1896. Daarnaast volgde hij vanaf 1889 een studie aan de kunstacademie in Sint-Petersburg. Samen met Marianne von Werefkin ging hij in 1896 naar Duitsland. Reeds rond de eeuwwisseling bracht Von Jawlensky de verf in sterke tonen aan, waardoor een krachtige uitdrukking werd verkregen. In 1912 nam hij deel aan de eerste tentoonstelling van Der Blaue Reiter. Daarna ging Von Jawlensky zich op het portret concentreren. Hij varieerde op dit thema in omvangrijke series en abstraheerde de omgeving steeds verder. Samen met de kunstenaars Lyonel Feininger, Wassily Kandisky en Paul Klee richtte hij in 1929 Die Blauen Vier op. Dat jaar kreeg de kunstenaar bovendien te maken met de eerste verlammingsverschijnselen. Adolf Hitler was in Duitsland inmiddels aan de macht gekomen en introduceerde het begrip 'ontaarde kunst'. Nadat de kunstenaar in 1933 reeds een expositieverbod was opgelegd, werden in 1937 ruim zeventig werken van zijn hand in beslag genomen. In 1938 verergerden de ziekteverschijnselen dramatisch: Alexej von Jawlensky raakte volledig verlamd. Drie jaar later overleed de kunstenaar in Wiesbaden.