ArtWay

Kunstenaars openen onze ogen voor rijkdom en betekenis. Sandra Bowden

Kunstenaars

Moore, Henry - BM - Nigel Halliday

Henry Moore: Liggende figuur

 Hoopvol surrealisme

door Nigel Halliday

De curatoren van de Henry Moore tentoonstelling in de Tate Britain in 2010 in Londen hadden een openlijke agenda. Ze presenteerden de visie dat de grote populariteit van Moore na de Tweede Wereldoorlog ons blind maakt voor zijn donkere kant. Ze wilden het idee opnieuw doen postvatten dat het werk van Moore alles behalve liefelijk is.

Ik had even nodig om me te laten overtuigen, deels omdat de argumentatie op woorden berust en niet op de kunstwerken. De tentoonstelling zelf bevat veel van de bekende warme menselijke beelden van moeder en kind. Ze eindigt met een schitterende zaal met vier enorme liggende figuren van iepenhout.

Zelfs de tekeningen gemaakt tijdens de oorlog van mensen die in de underground schuilen voor de Blitz, hier opgevoerd als voorbeelden van de scherpe kant van de kunstenaar, komen op mij geheel en al sympathiek over. Twee slapende figuren, een met een hand onschuldig op de borst van de ander in een duidelijk vertrouwde nabijheid, stralen geruststellende troost uit. 

Toch hebben de curatoren een punt. Na zijn succes ging men Moore zien als de welwillende leverancier van lieflijke menselijke vormen figurerend in een landschap of van aantrekkelijke bronzen die opdoken in menig stedelijke omgeving in de westerse wereld. En voor sommigen leidde de voorspelbaarheid tot minachting. 

Moore bleef echter een uiterst serieuze kunstenaar die meende dat een goed kunstwerk ‘de uiting is van de betekenis van het leven’ en ‘een stimulans om je leven met grotere inzet te leven’. Enerzijds deelde hij in de moderne opwinding over de bevrijding uit oude betekenissen en vormen, gekoppeld aan het optimisme van het scheppen van een nieuwe mensheid. Anderzijds onderging hij de donkerder implicaties van Darwin en Freud voor wat het betekent om mens te zijn alsook van de herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog als bewijs voor waartoe de mens in staat is. Moore diende zelf in de loopgraven en werd in 1917 vergast. Van de 400 man in zijn bataljon overleefde hij als 1 van 52.

Net als veel van zijn tijdgenoten vond Moore het vocabulaire voor zijn ervaringen in de niet-westerse kunst, in de Afrikaanse, Noord en Zuid-Amerikaanse, Oceanische en paleolithische sculptuur. Deze kunstvormen lieten zich gemakkelijk verbinden met de door het surrealisme geïnspireerde schepping van vormen die rationele uitleg uit de weg gingen. Hij maakte beelden, vooral in de vroege jaren dertig, die met hun verwrongen, hoornachtige hoofden en ingegraveerde tekens dreigend en verontrustend konden overkomen of soms moeilijk te doorgronden waren.   

Het aparte is echter dat de insteek van de tentoonstelling de bezoekers uitnodigt om de werken naturalistischer te bekijken dan ik heb geleerd. We werden immers aangemoedigd om sculpturale vormen te benaderen als een doel op zich, zonder verhaal of band met de werkelijkheid. Zoals Moore zelf in 1930 schreef dat de beelden die hem het meest raakten ‘een eigen leven hebben, los van het object dat het voorstelt’. Deze expositie nodigt ons uit om wat de beelden voorstellen veel letterlijker te benaderen: deze lichaamsdelen zijn directe metaforen voor een gebroken mensheid en die gaten zijn Freudiaans.

Niets is daarbij grappiger dan kunsthistorici te observeren die er zeker van zijn dat ze seksuele verwijzingen zien: geen gat en geen verticale lijn, hoe onschuldig ook, mag onopgemerkt blijven – en er zitten veel gaten in een Henry Moore.  

Maar ook al lijkt de interpretatie soms wat vergezocht, het blijft interessant om te zien dat kunsthistorici het abjecte – zoals ze het noemen – in Moore’s weergave van de mens herontdekken, de gebrokenheid, de rouw en de focus op de niet-rationele emotie. De zoektocht naar zin in de moderne wereld was noch triomfantelijk noch triomfalistisch.

En toch heeft Moore zeker ook een verlossende kant. Terwijl de surrealisten op het Europese vasteland een gesloten wereld van seksuele fantasie en hopeloze angst schiepen, hadden de Engelse surrealisten als Moore en Paul Nash een meer romantische, bijna pantheïstische kant. Ze wezen vaak toch ook op een hoop gelegen in de natuur of in de menselijkheid van de figuur.

Ook al wil deze tentoonstelling de scherpe kanten van Moore benadrukken, toch blijft ze levensbevestigend. Want mensen worden als edele wezens benaderd en de beeldhouwer viert de schoonheid van de natuurlijke materialen en laat ze de uiteindelijke vorm mede bepalen. En de openlijke verbindingen tussen figuur en landschap scheppen een sfeer die open en hoopvol is.

*******

Henry Moore: Liggende figuur, 1939; iepenhout; 94 x 200 x 76 cm; Detroit Institute of Arts.

Henry Moore werd geboren in Castleford, een klein mijnstadje in Yorkshire, in 1898. Na zijn opleiding tot leraar en zijn dienst in het Britse leger studeerde hij aan de Leeds School of Art en vervolgens aan het Royal College of Art in Londen. Rond 1950 begon Moore een aantal internationale opdrachten te ontvangen. Hij bleef werkzaam in de beeldhouwkunst, tekenkunst, grafiek en textielontwerp tot aan zijn dood in 1986. Moore was een pionier en de eerste Britse kunstenaar die in zijn eigen leven een wereldster werd. Zijn werk werd het symbool van het naoorlogse modernisme en kan worden beschouwd als een Britse sculpturale renaissance. https://henry-moore.org/

De Henry Moore Exhibition in het Tate Britain in Londen liep van 24 februari tot 8 augustus 2010. De tentoonstelling toonde meer dan 150 stenen sculpturen, houten beelden, bronzen en tekeningen. Hoogtepunt van de show was een groep liggende figuren gesneden uit iepenhout, die de ontwikkeling in de loop van zijn carrière van dit sleutelbeeld tonen. https://www.tate.org.uk/whats-on/tate-britain/henry-moore

Nigel Halliday is freelance kunsthistoricus, spreker en docent. Hij studeerde kunstgeschiedenis in Cambridge en aan het het Courtauld Institute in Londen. Hij doceert de complete canon van westerse kunst vanaf Giotto, maar zijn speciale belangstelling gaat uit naar negentiende- en twintigste-eeuwse kunst. Hij heeft onderzoek gedaan naar Michelangelo en Rembrandt, in het bijzonder naar de invloed van het protestantse geloof op hun werk. Hij is research fellow van het Kirby Laing Centre for Public Theology in Cambridge. www.nigelhalliday.org/

Deze meditatie is een bewerking van een tentoonstellingsrecensie.

ArtWay beeldmeditatie 10 september 2023